Interview Jan Jansen in de Volkskrant 19 oktober 2016

'Hij bood een astronomisch bedrag, maar ik ging toch naar Rome'
© Marijn Scheeres

 

'Hij bood een astronomisch bedrag, maar ik ging toch naar Rome'


Interview Jan Jansen

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volkskrant mensen naar hun inspiratiebron. Schoenontwerper Jan Jansen (75) sloeg een prachtig aanbod af en kreeg er iets belangrijks voor terug.

Volg de Volkskrant

Elke avond om 20.30 het laatste nieuws en alvast zes artikelen uit de krant van morgen in uw mailbox? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

'Mijn vrouw Tonny en ik zijn net terug van de materialenbeurs Lineapelle in Milaan, waar we elk jaar samen leer uitzoeken. De productie van schoenen is nu grotendeels verplaatst naar Portugal; al die mensen daar zijn opgeleid door Italianen en kunnen het net zo goed. Behalve dat leerlooien. Dat kunnen ze alleen in Italië, zo schitterend. Prachtige kleuren, ongelooflijk zacht, of leer met allerlei grappen en grollen erin. En ik kan wel genieten van die verkooppraatjes, hoor. 'We hebben nu een kleur bruin', zeggen ze dan, 'dat is een beetje... sottobosco. Onder het bos, dus een beetje in de bosgrond...' en dan zie je de kleurstaal en is het gewoon bruin. Ja, dat vind ik leuk. Het is heerlijk om daar rond te lopen en dat aan te horen.

'Ik wist al heel jong dat ik in de schoenen wilde. Maar 'ontwerper' als beroep leek me te hoog gegrepen; 'schoenontwerper' bestond eigenlijk niet in Nederland. Bij Nimco, de kinderschoenenfabrikant waar mijn vader verkoopleider was, had je wel modelleurs, die tekenden patronen op de leesten.

Fantasievol

Jan Jansen (Johan Boudewijn Maria Jansen, 1941, Nijmegen) is de bekendste schoenontwerper van Nederland, bedenker van onder meer de bamboeschoen en de revolutionaire 'zweefhak'. Zijn werk wordt wereldwijd tentoongesteld en verzameld, onder meer door het Museum of Contemporary Crafts in New York (tegenwoordig Museum of Arts and Design), het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum.

Jan Jansen maakte zijn eerste schoen in 1959 voor zijn (toen aanstaande) vrouw Tonny, die tot op heden zijn muze en rechterhand is. Jansen begon in 1963 schoenen te verkopen vanuit een piepklein handwerkatelier in de Jonge Roelensteeg in Amsterdam. Eind jaren zestig en zeventig sloegen zijn fantasievolle ontwerpen in brede kring aan en gaf hij, samen met ontwerpers als Fong Leng (kleding), Swip Stolk en Anthon Beeke (grafisch ontwerp) kleur en vorm aan het Nederlandse design.

Jan Jansen had winkels in Amsterdam en Parijs en produceert tot op heden twee collecties per jaar. Daarnaast ontwierp hij voor luxemerken Dior en Charles Jourdan, maar ook recent sportschoenen voor Nimco. Hij ontving diverse prijzen, waaronder de Oeuvreprijs van het Fonds BKVB in 2002, en hij was in 2013 Dutch Designer of the Year.

'Na mijn militaire dienst ging ik stage lopen in Loon op Zand in Brabant. Twee dagen per week ging ik 's avonds ook nog naar de schoenmakersvakschool in Waalwijk en één avond naar Eindhoven voor industrieel ontwerpen. Maar in het weekend ging ik terug naar Nijmegen en dan liet ik mijn ontwerpen zien aan Charles Portocarrero, de directeur van damesschoenenfabriek Empress.

'Het waren kennissen van de familie, heel rijke mensen, Portugese joden. Die man was een fantastische vent. Ik liet dan zo'n twintig tekeningen zien. Er zat altijd een technisch modelleur naast hem, dus die kon prima onthouden wat ik had verzonnen; of ik er bijvoorbeeld een jamboreeklep, een klep met franje op de wreef, op wilde maken, of heel grof stiksel.

'Maar Portocarrero kocht toch per keer minstens één tekening van me, voor 25 gulden. Ik verdiende in die stage 50 gulden per week, of per maand, dat weet ik niet eens meer, dus als hij drie tekeningen kocht was dat voor mij een kapitaal.

'Na een tijdje was ik die stage zat en die opleidingen gingen me te traag. Ik wilde naar Rome, daar had ik over gelezen in het vakblad Schoenvisie. Een journaliste hielp me aan een stageplaats in de kleine schoenmakerij Follie, een atelier waar schoenen helemaal met de hand werden geproduceerd - dat had je in Nederland niet. Sophia Loren liet haar schoenen daar maken.

'Dus ik zei: meneer Portocarrero, ik kan voorlopig niet komen want ik ga naar Rome toe. Hij zei: 'O ja? Nou, nou, nou... ik zou het niet doen. Weet je wat? Jij komt bij mij werken. Geen stage, maar een vaste baan. Dan krijg je...' en hij pakte een briefje. 'X salaris voor de eerste drie maanden, X voor drie maanden daarna. Daarna X voor de rest van het jaar. En dan vul ik nu de bedragen in.'

Tekst gaat verder onder de foto.

'En hij vulde in: 300, 600, 1.000. Na een half jaar zou ik dus 1.000 gulden in de maand verdienen. Dat was toen astronomisch. Ik zei 'Goh, meneer Portocarrero, mag ik daar een weekend over nadenken? Ik wil het met mijn vriendin bespreken.' Dat was Tonny.

'Dus ik naar Tonny. Ik zei: 'Ik ga een gigantisch salaris verdienen. Kunnen we gaan trouwen, misschien een boerderijtje kopen.' We waren allebei 21.

'En toen zei Tonny: 'Nee, volgens mij moet je dat niet doen. Jij moet naar Rome gaan. Je krijgt er spijt van als je dat laat lopen.' En ze had gelijk, ik wilde liever naar Rome, maar ja... zo'n aanbod, dat kon ik toch eigenlijk niet afslaan. Dat was heel dapper van haar.

Bron: Ondernemer Charles Portocarrero (Groesbeek 1934 - Nijmegen 1996) krijgt als jonge man een schoenfabriekje van zijn vader cadeau, met de opdracht de verkoop en liquidatie te begeleiden. Hij bouwt het echter uit tot een bloeiend bedrijf voor luxe damesschoenen: Empress Shoe Fashions. Als hij de 21-jarige Jan Jansen op weg helpt, is hij zelf pas 28.

In 1975 wordt de schoenenproductie naar het Spaanse eiland Menorca verplaatst, waar Portocarrero een lokale fabriek moderniseert en uitbreidt. In 1990 komt het bedrijf door een toeleverancier in de problemen; de fabrieken sluiten. Een deel van het bedrijf gaat door als schoenen- en kledingimport vanuit Nijmegen. Portocarrero overlijdt op zijn 61ste aan kanker.

'De volgende maandag ging ik terug en ik zei: meneer Portocarrero, het klinkt misschien ondankbaar, ik heb het altijd fantastisch met u gehad, maar ik doe het niet. Hij zei: 'O? Nou. Dat is goed. Heb je dan geld om naar Rome te gaan?' Nee, daar had ik nog niet over nagedacht. Hij: 'Dan geef ik jou nu 600 gulden cash. Daar betaal je je trein van. Dat betaal je af met 25 gulden per keer én je schrijft me elke week een brief met wat je daar gezien hebt. En je doet er een tekening bij.'

'Zo gezegd, zo gedaan. In Italië moest ik zo veel leren, alles ging daar met de hand. Zúlke andere technieken. En ik schreef alles op: ze leggen het leer in het water en dan in de zon. Dan schalmen ze het leer - dat is het met een mes uitdunnen - voor gebruik in de hak, enzovoorts. Ik studeerde echt. En ik stuurde mijn aantekeningen op, tot ik hem had afbetaald.

'Als ik die stage had laten lopen, als ik die kennis niet had kunnen opdoen, dan was ik geen ontwerper geworden, maar een verdienstelijke commerciële modelleur in dienst van een bedrijf. En in de jaren zeventig was ik waarschijnlijk ontslagen, toen veel Nederlandse schoenfabrieken over de kop gingen. Ik was in elk geval nooit 'Jan Jansen' geworden.

'Jaren later kwam ik Portocarrero wel eens tegen op een vliegveld of een beurs. En dan zei ik dat ik nooit van mijn leven die 600 gulden zou vergeten. Dat wimpelde hij af: 'Ja, ja, leuk, leuk.' Hij was bescheiden. Aimabel.

'Morgen gaan Tonny en ik naar Portugal om de wintercollectie 2017-2018 te ontwerpen. Ik ga twee nieuwe leesten maken. De stalen uit Milaan gaan mee in de koffer. En dan gaan we aan het strand zitten en werken -een patroon past op een A4'tje, heel handig. Ik heb al een beetje een idee, het wordt allemaal weer wat robuuster, maar hoe hoog, hoe afgerond, hoe dik, dat weet ik nog niet.

'Hoe dat werkt? Tja, het is iets wat in de lucht zit, en het is de taak van de ontwerper om daar op tijd -niet te laat, zeker niet te vroeg - vorm aan te geven. Ik maak nieuwe silhouetten, vormen die nergens op lijken en tóch passen bij de tijdgeest. En invloed kan overal vandaan komen. Van een gele scooter die voorbij rijdt en waarvan ik denk: wauw. Of jouw blouse. Mooi, die souplesse.'