Zomers linnen


Linnen kan bogen op een lange traditie. Al zesduizend jaar voor Christus vinden we linnen in Egypte. Farao’s werden voor het mummificeren in linnen doeken gewikkeld. In de afbeeldingen in de graftomben komen bloeiende vlasplanten voor en de Egyptische godin Isis werd afgebeeld met smetteloze witte linnen kleding.
In het Oude testament wordt op verschillende plaatsen de vlasplant genoemd. De Romeinen brengen het gewas naar Noord-Europa en in de Middeleeuwen werd de meeste kleding gemaakt van vlas.
Linnen wordt gemaakt uit vezels van de vlasplant. Het vlas wordt met wortel en al uit de grond getrokken als de plant tussen de tachtig en de honderd twintig centimeter lang is, nog voor deze geheel rijp is. De wortel wordt meegetrokken om de vezel zo lang mogelijk te houden. Daarna wordt het vlas ‘gerepeld’ d.w.z. dat de zaadbol van de stengel wordt verwijderd.
Het vlas wordt niet onmiddellijk van het veld gehaald omdat het moet ‘roten’. Hierdoor verdwijnt de pectine uit de vezel. Dan kan het hout van de vezel worden gescheiden en kunnen de vezels geschikt worden gemaakt voor het spinnen.
Linnen heeft veel goede eigenschappen. Het is sterk en gemakkelijk in onderhoud. Omdat linnen een geringe warmte isolatie heeft voelt de stof op een warme dag koel aan.
Kleding van linnen kan makkelijk vocht opnemen: linnen kan zo’n twintig procent van zijn droge gewicht aanvocht opnemen zonder nat aan te voelen. En linnen is sterker dan katoen.
Een nadeel van linnen is dat het snel kreukt, maar dat hoort bij linnen. Om het kreukherstellend vermogen te vergroten wordt linnen vaak met andere vezels gemengd.
Kreukels strijkt u er overgiens makkelijk uit. Of u kunt u de kleding ook eenvoudig even benevelen met een plantenspuit en dan hangend laten drogen.